Thijs Kleinpaste
![]()
Gelovige geniet teveel privileges
- 20/07/2011
Vorige week onthulde Geenstijl dat minister van Bijsterveldt toegeeft dat mensen die in Allah of God geloven ‘gewetensbezwaard’ mogen zijn bij het sluiten van een homohuwelijk. Alle anderen mogen dat niet. Merkwaardige discriminatie.
Vaak hoort men dan het argument dat God ‘nu eenmaal belangrijk is voor mensen’. Zo belangrijk, dat hij overal mee naartoe genomen moet worden, dus niet alleen naar de kerk of moskee. Maar hoe zit het bijvoorbeeld met de overtuigde socialist, die elke avond voor het slapengaan Das Kapital openslaat, en elke ochtend wordt gewekt door de opzwepende klanken van de Internationale? Mag hij echtparen die een te protserige trouwring dragen weigeren, omdat excessieve rijkdom hem in het verkeerde keelgat schiet? Kunnen atheïsten eigenlijk weigeren om gelovige mensen in het echt te verbinden?
Het is niet onze bedoeling om voor iedereen een eigen uitzondering te bedenken. Liever geven wij gelijke monniken een gelijke kap, en gelijke trouwambtenaren gelijke werkvoorschriften. Een overheid die de term ‘gewetensbezwaard’ steeds als konijn uit de hoge hoed trekt voor een ambt dat iemand vrijwillig kiest en deze uitzondering bovendien alleen toestaat voor Godsvruchtige mensen kan niet blijven doen alsof alle overtuigingen en alle mensen gelijkwaardig behandeld worden.
Hier en daar horen we politiek protest, maar meestal is dat in de marge. Het is tijd voor meer lef in dit debat. De Kamerleden Boris van der Ham, Tofik Dibi en Jeanine Hennis-Plaschaert zijn betrekkelijk eenzame voortrekkers en baanbrekers die de ongelijkwaardigheid in het Nederlands staatsbestel blijven agenderen, maar zelfs bij hen mag het een tandje meer. Consistenter, met meer doorzettingsvermogen en visie. Zo liet Jeanine Hennis Plaschaert (VVD) in een interview aan De Pers weten dat ze de vrijheid van Godsdienst wel onder de vrijheid van meningsuiting wilde schuiven. Uitstekend, lijkt ons. Maar vervolgens werd het weer stil. Boris van der Ham stelde voor om het religieus onderwijs te veranderen, maar de principiële keuze tegen Artikel 23 blijft nog uit. Graag zouden we zien dat ook D66 meer voluit gaat en een complete visie op tafel legt. Met speldenprikjes alleen komen we er niet. Voor politici zou dat een vanzelfsprekende opdracht moeten zijn.
Dat is echter geen opdracht tot ideologische scherpslijperij. Ook wij zien dat gelovigen nerveus worden van al die aanvallen op hun geloof. Iemand zei eens tegen ons: “Jullie rusten niet totdat ik zeg dat ik niet meer geloof.” Dat is onzin. Wij willen een eerlijk debat. De opdracht houdt dus niet dat gelovigen ons voor de zoveelste keer voorhouden dat met atheïsten aan de macht er nooit en op geen enkele wijze meer moraliteit zou zijn, of dat smalende atheïsten die malle gelovigen nog eens uitleggen dat God toch echt niet bestaat. Godsdienst is belangrijk voor veel mensen. Het biedt troost, houvast, engagement. Die vrijheid willen wij behouden.
De opdracht die politici zich moeten stellen is het vinden van een antwoord op de vraag hoe we in de 21ste eeuw alle diepgewortelde meningen, overtuigingen en geloven – of die nu voortkomen uit een heilig boek of uit de boeken van de atheïst Richard Dawkins – een gelijkwaardige plek geven in onze samenleving. Geef antwoord op de vraag waar het persoonlijke moet wijken voor het collectieve en of de bescherming van meningen nog wel nodig is. De politiek van het voortrekken is in ieder geval niet langer houdbaar. Dat betekent niet dat daar een politiek van het achterstellen in de plaats voor moet komen, maar wel dat er een debat gevoerd moet worden over de scheiding tussen kerk en staat op basis van gelijkwaardigheid.
Wij zijn ervan overtuigd dat uit een open debat zal blijken dat een eerlijke, gelijkwaardige behandeling altijd de voorkeur heeft boven uitzonderingen en privileges van de ene groep boven de ander. Het blijven voortrekken van gelovigen zal op lange termijn bovendien averechts werken. Een zo seculier mogelijke overheid, eentje die zich zo min mogelijk bemoeit met de ideeën van haar burgers terwijl zij die ideeën zelf gelijkwaardig behandelt, is het beste in staat om recht te doen aan alle meningen die in omloop zijn.
Schrap daarom de Wet op de smalende Godslastering, ook al is dat inmiddels een slapend wetsartikel. Maak de vrijheid van meningsuiting net zo belangrijk als de vrijheid van godsdienst en vice versa door artikel zes van de Grondwet niet langer apart te laten staan. Ook Artikel 23 moet worden opgedoekt. Op school leer je rekenen, taal en omgaan met andere kinderen. Godsdienstlessen zijn nuttig, zolang alle religies met dezelfde belangstelling aan leerlingen wordt aangereikt. Geen aparte regels voor het leerlingenvervoer naar religieuze scholen, geen belastingvoordelen die wel voor godshuizen, maar niet voor carnavalsverenigingen gelden, geen weigerambtenaren meer, geen ‘ik een beetje meer dan jij’.
Haal een stofkam door de wet. Maak werk van seculiere, vrijzinnige politiek die uitgaat van de gelijkwaardigheid van rechten, juist om recht te doen aan alle opvattingen. Van God tot Vliegend Spaghettimonser, van Allah tot Das Kapital. Want het kan anders en het moet eerlijker.
Marcel Duyvestijn en Thijs Kleinpaste zijn respectievelijk liefdevol lid van de PvdA en deelraadslid voor D66 in Amsterdam Centrum. Dit stuk verscheen op 20 juli in De Volkskrant en later op het onafhankelijke opinie-blog De Jaap. Marcel en Thijs schreven eerder samen een stuk over dit thema

Er zijn nog geen reacties.